Trieste kerstverhalen

december 29, 2009 door henkegroenewoud

... Dacht hij dat ik hem kwam halen?...

Kerst is licht, nieuwe leven, een feest. Hoewel de koudste maanden nog moeten komen verheug ik me al op de lente, nu de kortste dag voorbij is. Maar het huidige Holland lijkt soms zo druk bezig met feestvieren dat de diepere betekenis van kerst erbij inschiet. Gelukkig was er dit jaar een bacteriële ontsteking in kies en kaak die me aan huis kluisterde. Vol pijnstillers en penicillinekuren (ziek-zijn is niet meer wat het ooit was) had ik voldoende tijd voor diepe reflectie en dankbaarheid voor deze louterende ervaring.

Vorige week trok een rare landing mijn aandacht. Een graspieper. Hij reageerde nauwelijks op mijn aanwezigheid. Voor veel fotografen een uitnodiging om dichterbij te komen, maar iets hield me tegen. Hij keek me aan, stak zijn snavel tussen zijn veren en sloot zijn ogen. Ik draaide me om en ben naar huis gegaan.

De volgende dag lag hij daar. Dood. Zou hij, net als het meisje met de zwavelstokjes, mij vóór het sterven als visioen hebben gezien? Dacht hij dat ik hem kwam halen? ‘Het was zo koud, en ik was zo moe. Vanuit de sneeuw doemde een geest op, zwart gekleed. Hij glimlachte en sprak: “Heb geen angst. Het is goed zo.” Een weldadige rust kwam over me, en ik ging slapen…’

Schuilen tegen de kou

december 19, 2009 door henkegroenewoud

... tussen dennennaalden, als rode kerstmannetjes in een kerstboom.

Opeens is het min 15°C, met sneeuw. Zoiets verwacht je toch niet op het moment dat in Kopenhagen wordt onderhandeld over een nieuw klimaatverdrag? In ons collectieve geheugen waren juist alle herinneringen aan kou gereduceerd tot de laatste Elfstedentocht in 1963, en voor de rest vervangen door lonkende visioenen van permanent mediterraan terrasjesweer. Maar goed, terwijl de Kopenhaagse discussies oververhit raakten, daalde in Nederland de temperatuur.

Wat gebeurt er met de lieveheersbeestjes in deze kou? Ze kruipen weg. Bijvoorbeeld tussen dennennaalden, als rode kerstmannetjes in een kerstboom. Zonder mutsje, zonder wantjes, ten prooi aan de vorst. Blij dat ik geen lieveheersbeestje ben. Het hangen in zo’n dennenboom is geen probleem, maar dan heb ik er graag een HR-ketel bij. Zelfs nu, uren na het bosbezoek, voelen mijn vingers alsof het knisperende blaadjes zijn die liefst op de grond willen vallen.

Als ik u niet meer tegenkom: Fijne feestdagen!

Uitgestorven mensachtigen

december 7, 2009 door henkegroenewoud

Daar liep ik dan, tussen al die uitgestorven hominiden...

Zondag met kleine doddy naar Naturalis geweest, om haar wat leren over de wereld waarin ze woont. Een waanzinnig interessant museum. Ze hebben daar eieren uit de oertijd! Kleine doddy wilde ze meteen meenemen om thuis uit te broeden, de schat.

Er staat nu tijdelijk een 1,8 miljoen jaar oude schedel van een mensachtige uit Georgië. Een kleine voorouder van die grote jongen, waarvan je het skelet op de foto achter me ziet. Daar loop je dan als dodo tussen al die uitgestorven hominiden. Zoiets zet je wel aan het denken. Is het een groot verlies dat de hominiden zijn uitgestorven? Het zijn natuurlijke processen, nietwaar? En eerlijk gezegd, de hominiden hadden wel enkele bijzonder pedante ondersoorten. Sapiens dacht dat ze de wijsheid in pacht had. Aggressief en vernielzuchtig, zelfs tegen elkaar.

Ergens wel jammer dat die mensachtigen uitgestorven zijn. Ze zouden een verrijking voor de biodiversiteit zijn geweest. Zou onze planeet niet een stukje mooier zijn als ze er nog waren?

Verlanglijst 2010

november 29, 2009 door henkegroenewoud

 

Mijn wens voor 2010 is een groene golf in de steden...

Het is al weken druilerig. Het jaar 2009 heeft er duidelijk geen zin meer in, de fut is er uit. Hoog tijd om de deur open te zetten voor het nieuwe, frisse jaar 2010. Tweeduizend-en-tien, het jaar waarin de achteruitgang van de biodiversiteit tot staan moest zijn gebracht (EU-doelstelling) of moest zijn afgeremd (VN-CBD doelstelling). De Verenigde Naties hebben 2010 tot ‘jaar van de Biodiversiteit’ gedoopt, en alle landen van het biodiversiteitsverdrag gevraagd om daar aandacht aan te besteden.

In het licht van dat symbolische jaar heb ik voor de komende feestdagen een verlanglijstje opgesteld. Zeer bescheiden, want met bescheidenheid win je een speciaal plekje in het hart van Sint en Kerstman, zo is mij altijd verteld. In mijn woonwijk –typisch jaren ‘30 – zie ik machteloos toe hoe het groen verdwijnt. Openbaar groen wordt bij de huizen getrokken, omheind, betegeld en voorzien van garages. Een ooit fraaie groenstrook is sluipenderwijs in stukjes geknipt, opgedeeld, voorzien van nieuwe gebruiksfuncties, behekt, ontgroend. Pal naast de wijk wordt een nieuw stadscentrum gerealiseerd door middel van ambitieuze bouwprojecten met volop aandacht voor grootstedelijke allure en rentabiliteit, maar geen enkele aandacht voor parken en groenstroken waar de nieuwe bewoners zouden willen verpozen. Vorige week sprak ik de eerste oud-bewoners die wegens gebrek aan groen al weer snel teleurgesteld uit deze nieuwbouwwijk zijn vertrokken.

Mijn wens voor 2010 is een groene golf in de steden. Een beweging waarbij mensen zelf biodiversiteit terughalen in hun directe leefomgeving. Een wens voor een alliantie van Vogelbescherming, Vlinderstichting, de Vereniging voor Zoogdieren, Floron, Ravon, IVN, KNNV en alle andere stichtingen. Met natuurlijk de bekende nestkasten, voederplanken, vlinderbloempakketten, bijenhotels, vleermuiskasten en salamanderpoelen. En ook met tuincentra-actieweken ‘uw tuin natuurlijk’. Maar, en daar gaat het om, ook met TV-tuinprogramma’s die nu eens geen reclame maken voor versteende onderhoudsvriendelijke tuinen, maar juist voor vrolijke natuurvriendelijke tuinen. Samen met de clubs voor ecologische tuiniers: ‘Win een ecologische tuin als vervanging van uw versteende tuin!’ Samen met gemeenten en waterschappen, die immers het waterbergend en zuiverend vermogen van de bodems willen vergroten. ‘Win een groen schuurdak! Win waterdoorlatende gras-met-tijm-tegels voor uw oprit’. Met in weekbladen – juist die ándere, die van de gezinnetjes en van de auto’s -  prijsvragen voor de mooiste tegeltuin, geveltuin of balkontuin. In natuurbladen een wedstrijd voor de mooiste stads-natuurfoto’s, die de relatie mens-natuur uitdrukken. Een gezamenlijke golf. Groots en overweldigend, in het kader van het Biodiversiteitsjaar 2010.

Dat is mijn verlanglijstje voor 2010. En daarvoor kunt u mij elke avond horen zingen bij mijn schoenen en onder de kerstboom!

Hoe mooi is natuur?

november 21, 2009 door henkegroenewoud

Sinds Shakespeare toch het ultieme symbool van schoonheid. ...

Het is verleidelijk om de schoonheid van de natuur te bezingen. Geurende bloemen, kleurige ijsvogels, een rustiek plasje om de voeten in te laten bungen – het is schitterend allemaal. De standaard wordt gezet door adembenemende BBC-documentaires en listige TV-spotjes. Met als ultiem geluk het harenwassen in rivieren en vrolijke gezinnen die tussen oogstrelend groen de hele dag boter smeren.

Maar kwallen, spinnen of spoelwormen, dat is andere koek. En wat te denken van het bacterieprutje in uw afvoer of slakken die op straat drollen opsmikkelen? Puur natuur, maar mooi is anders. Richard Attenborough vertelde dat sommige filmbeelden nooit worden uitgezonden, bijvoorbeeld van schattige kleine antilopes die na een aanval van leeuwen met hun darmen buiten hun lichaam naar moeder vluchten. Niet alle natuur is mooi.

Heel lang geleden dacht Plato dat schoonheid wordt opgeroepen door de mate waarin iets lijkt op een soort voorgeprent ideaalbeeld in onze ‘gedachtenwereld’. Dat klinkt wel logisch. Ik heb bijvoorbeeld vakantiefoto’s waarop ik onder een palmboom op een parelwit tropisch strand zit, met een helder blauwe zee daarachter. Hoe meer het plaatje lijkt op wat we kennen als vakantie-ideaal, des te mooier is het. Kennelijk hebben we dus een ideaalbeeld in ons hoofd. Maar waar komt dat ideaalbeeld dan weer vandaan? Krijgen we bij onze geboorte een gratis voorraadje mee?

Sommigen denken van wel. Zo is er onderzoek gedaan naar onze voorkeuren voor arcadische landschappen (in Nederland o.a. Freek Couterier). De verklaring voor die voorkeur werd gezocht in diepere biologische drijfveren. De landschappen beantwoordden aan een oergevoel, een herinnering uit de tijd dat we nog jagers-verzamelaars waren. Zo’n landschap bood genoeg voedsel en schuilplaatsen voor een onbekommerd bestaan, en de bewoners hadden een grotere overlevingskans. Op dezelfde wijze droegen gevoelens van affectie voor kleine wezens met grote onschuldige baby-ogen bij aan het voortbestaan van nieuwe generaties mensen. Onze liefdes- en lustvoorkeur voor mooie, symmetrische mensen hielp om dat nageslacht zo gezond en sterk mogelijk te maken. Afkeer en angst passen keurig bij dit idee: bittere smaken, schimmels, dode en mismaakte wezens, poep en afval beloven vooral ziekten, dood en ellende. Het mooie is gericht op datgene wat de mens doet overleven.

Deze voorkeuren werken ver door. Collega Edo Knegtering promoveert komende week op een onderzoek naar onze voorkeuren voor kleurige, grote en schattige dieren in onze natuurbescherming, The Featheries and the Furries. Veel organisaties geven aan zich vooral op ‘aaibare dieren’ te richten. En de overheid, die luistert naar het volk en doet vrolijk mee. Een overheid die pluizige en kleurige wezentjes beschermt is dus okee. Maar een overheid die onooglijke, twee millimeter grote zeggekorfslakjes beschermt, en daarvoor zelfs de aanleg van wegen uitstelt, die heeft heel wat uit te leggen aan automobiel Nederland. Internationaal communicatie-onderzoek heeft een flinke rij voorkeuren ontdekt: grootte, kleur, vacht, het bezit van ruggengraat en kinderlijke gezichtjes, de mate waarin een dier op een mens lijkt, predator-gedrag, competitie met de mens, economische waarde, sociale leefwijze… noem maar op.

Stel, je ben als vrolijk gezin druk bezig met boter smeren in het groen en ziet opeens een schattig konijntje. Wat zie je eigenlijk? Volgens de filosoof Kant zien we alleen maar onze eigen gedachten. Hij stelt dat we de wereld om ons heen alleen kunnen zien doordat we al voorgeprogrammeerde ideeën hebben van wat we verwachten te zien. De stroom signalen van onze zintuigen krijgt slechts betekenis omdat we hebben geleerd daar betekenis aan te geven. Zoals een baby leert dat die vage vlekken en dat gekroel aan het lijf ouders met voedsel worden. Of nou ja, het zijn natuurlijk geen ouders, maar het is handig voor de baby om te denken dat het ouders zijn. En als het een heel leven lang handig blijkt om zo te denken, dan nemen we het op gegeven moment vanzelf voor waar aan. We denken dat onze ouders bestaan.

De theorie van Kant verklaart waarom mensen verschillende dingen mooi kunnen vinden. Als u naar mijn vakantiefoto op het strand kijkt, dan ziet u een plek waar u naartoe wilt, en liefst vandaag nog. U denkt dat die plek ontspanning biedt, en ontsnapping aan uw hectische bestaan. Als ik naar dezelfde foto kijk, dan zie ik in gedachten de armoede van de mensen in het dorp, en de afbraak van het koraalrif onder water omdat de vissers met dynamiet hebben gevist, en de toeristenhotels die om de hoek van de baai staan. Onze interpretatie verschilt, en onze waardering ook.

En hoe ‘werkt’ dat toekennen van betekenis dan precies? Ik denk: via emotie of gevoel. Geen idee of daar ook onderzoek naar is verricht. Het lijkt domweg logisch dat de evolutie een mechanisme heeft verzonnen waarbij tijdens het waarnemen, gelijktijdig met de rationele toekenning van betekenis, een parallel systeem in werking wordt gezet dat gevoel oproept. Een soort reflex. Zoals je je hand terugtrekt uit een vlam nog vóórdat je hebt ontdekt dat het pijn doet, en lang voordat je de betekenis van je smeltende huid rationeel hebt geduid. Zo is je hele lichaam al in een staat van euforie, nog vóórdat je hebt bedacht dat dat het arcadische bloemenlandschapje misschien wel een geschikte plek is om voedsel te zoeken.

Zijpaadje. Angst, boosheid en pure haat zijn ook emoties, duistere emoties (normatief, ik weet het, maar ethiek en esthetiek liggen in elkaars verlengde). Kunnen duistere emoties ook aan de basis liggen van zo’n ‘mooi’ gevoel? Jazeker. Begin vorige eeuw verloor de kunstwereld zich in een hijgerige opeenvolging van vernieuwende stromingen. Die vernieuwing kon natuurlijk niet eeuwig doorgaan, en toen alle ideeën waren bedacht richtten de kunstenaars zich op het shockeren van het publiek. Het bleef eerst nog netjes, met lege muren, lege tonelen en concerten van stilte. Maar uiteindelijk ontaardde de zoektocht naar het grensoverschrijdende in foto’s van martelingen, het vermalen van vissen in een blender en een show van ontlede lichamen van geëxecuteerde Chinese gevangenen. Horror en pulp hebben cultstatus. Het is toegestaan te zwelgen in duistere emoties, in de schoonheid van het slechte.

Maar wacht eens… Zijn al die gevoelens wel van onszelf? Beslissen wij zelf wat mooi is? Natuurlijk niet. Reclames buitelen over elkaar heen om onze individuele keuzevrijheid te benadrukken, maar de waarheid is dat mooiheid grotendeels een groepsnorm is. Graatmagere fotomodellen, kubistische schilderijen en de laatste uitvoerig van het Nationale Ballet – het gevoel dat ze oproepen wordt grotendeels bepaald door de manier waarop wij daarover met anderen van gedachten wisselen. Noem het mode, ja. Of iets eerbiediger: cultuur. Ook dat biedt evolutionair voordeel: iemand die zich conformeert aan de groepsnorm heeft een grotere kans te overleven dan iemand die door de groep wordt uitgestoten. Nietsche heeft in ronkende volzinnen beschreven hoe hij de wereld ziet als een verzameling van betekenissen die we hebben toegekend met daarachter een soort drijvende kracht die tot uiting moet (‘wil’) komen. En die voortdurend met andere krachten in conflict is. Wat wij zien, of wat wij denken te zien, is een resultaat van macht. Onbewuste macht, zoals kinderen die op het schoolplein zeggen dat roze veel mooier staat bij een meisje. Bewuste macht, zoals een inwoner van Leiden die prachtige zilvermeeuwen betitelt als schreeuwerige schijtmachine’s. Misschien heeft onze voorkeur voor arcadische landschappen dus niets te maken met herinneringen aan onze jager-verzamelaartijd. Misschien heeft het gewoon te maken met herinneringen aan de dominante cultuur van landschapsschilderijen, die een reactie waren op maatschappelijke ontwikkelingen.

Zo gaat dat dus met die natuur. Het mooie zit hem in de ideeën die wij al hebben, en die ons van buiten worden opgelegd. We denken dat natuur mooi is, omdat dat voortdurend wordt bevestigd vanuit specifieke gezichtspunten, met specifieke doelen. Vakantienatuur. Natuur om je haren in te wassen. Natuur om bijzonder snel en soepel doorheen te rijden.

Voor de aardigheid had ik een foto gemaakt van een roos. Sinds Shakespeare toch het ultieme symbool van schoonheid. En – in het licht van bovenstaande – wat een verrassing toen ik deze week Hans Achterhuis las. In ‘Natuur tussen mythe en ethiek’ beschrijft hij de roos als iets geheel anders. Als een hoog-technologisch product, geurloos, maar met exact de juiste kleur, in eindeloze gelijkvormige rijen geproduceerd met grote precisie, aan het infuus met kunstmatige voeding, op steenwol, in gesloten systemen, vrij van bacteriën en andere nare natuurlijke invloeden. Pseudo-natuur die niets te maken heeft met wat traditioneel natuur heette. Ofwel: ”De roos als het einde van de natuur.”

Tjonge… Schoonheid is ook niet meer wat het was. 

Stadsvogelconferentie

november 5, 2009 door henkegroenewoud
Scholekster1
.. moest even denken aan deze Alkmaarse stadbewoners, midden in een jaren zestig wijk.

Vandaag was de Stadsvogelconferentie in Naturalis. In tegenstelling tot wat de naam deed vermoeden een conferentie van vooral mensen. Dat viel op het eerste gezicht wat tegen, totdat bleek dat met die mensen ook prima te praten viel.

Even voor alle duidelijkheid: Natuur in stedelijk gebied is enorm belangrijk. Ten eerste voor de natuur zelf, de biodiversiteit. Groene steden kunnen een belangrijke ecologische rol vervullen, als stapsteen of verbinding naar de gebieden buiten de stad. Zo heeft de gemeente Amersfoort samen met het Waterschap Vallei en Eem het gehele Valleikanaal tot een ecologische verbinding gemaakt. Dwars door de stad.

Daarnaast is stadsnatuur ook belangrijk voor de mensen. Vanwege, en nu even snel de bekende riedel: gezondheid – stressreductie – temperatuurverlaging – sociale contacten – welzijn – welvaart – teelt op groene daken én, vooral, waar het me nu om gaat, de mogelijkheid van natuurbeleving. Stadmensen die in contact komen met natuur. Zo blijf ik enthousiast over de stads-ijsvogels van de Hooglandsedijk in Amersfoort. Al jaren woont een paartje (of wisselen de paartjes zich af)  in een oude afgesloten meander van de Eem, die door waterschap en gemeente is ingericht als moerasgebiedje. Waar je in andere delen van Nederland enorme protesten hoort tegen de aanleg van moerasgebieden vanwege muggenoverlast, zijn de bewoners van de Hooglandsedijk stinkend trots op hun buurt. Zodra je maar even met een camera verschijnt word je aangesproken: ‘Weet u dat hier een ijsvogel woont?’ Afgezien van de waarde die dat piepstukje natuur heeft als stapsteen, zit de ijsvogel daar als vertegenwoordiger van natuur in de harten van de buurtbewoners.

Drie jaar geleden heeft het Ministerie van LNV aan het toenmalige Natuurplanbureau gevraagd of ze de waarde van het stedelijk gebied voor de biodiversiteit in kaart konden brengen. Dat lukte nog niet. Te weinig gegevens. Maar vandaag presenteerde Robert Kwak de eerste stadsvogelbalans van Sovon en Vogelbescherming. Ik schrok van de resultaten. Waar ik had verwacht dat de stad een Mekka zou zijn voor rots- tuin- en struikbewoners zoals zwarte roodstaart, tortelduif en heggenmus, blijkt dat de meeste stadsvogels in aantal afnemen. En dat, terwijl je door de berichten van scholeksters, vossen, bevers en zelfs damherten in stedelijk gebied het idee had dat het bergopwaarts ging…

Verder maakte vooral Rob Fergus, verbonden aan de Amerikaanse Audubon Society, een blijvende indruk. Ontluisterend waren zijn kaartjes met de verwachte verstedelijking in de VS. Vergeleken daarbij is verstedelijking in Nederland kinderspel. Een biodiversiteits-ramp in wording. Ook had hij verhalen over de bedreigingen van stadsvogels in de VS (gezamenlijk op één staan glazen ramen en katten, samen goed voor 10% sterfte), de private initiatieven voor bescherming (geen overheidsregulering dus) en het succes van lokale acties met bewoners (b.v. eenvoudige foldertjes, makkelijk te kopiëren, keuzemenu om als speerpunt één of enkele soorten te kiezen). En als hart onder de riem de afsluitende beelden van vrijwel volledig met groen bedekte gebouwen in Japan en de VS. Met de mededeling dat op dergelijke gebouwen ook de steenarend kwam rusten!

Natuurlijk was er nog veel meer. Nico de Haan, die een gouden lepelaar kreeg. De gemeente Leiden, die de stadvogelprijs 2009 kreeg. De folders van de aanbieders van natuurbeschermingsproducten: mussenvide’s, insectenhotels, vleermuiskasten, noem maar op. Uitstekende lectuur, zo vlak voor de feestdagen. U moet weten, mijn mooiste cadeau van vorig jaar was een gierzwaluwnestkast. Ik zal de folders dus maar weer terloops op tafel leggen. En straks nog even lekker lezen voor het slapen gaan. In het boekje Stadsvogels, gesigneerd door Jip Louwe Kooijmans himself. Prachtige voorbeelden hoe je met kleine maatregelen natuur terug kunt brengen in de stad. Heerlijk!

Zie verder www.vogelbescherming.nl

Het zit ‘m soms in de kleine dingen…

november 4, 2009 door henkegroenewoud
Eitje_op_wortel 2

Ach, laat dit rupsje maar even uitkomen...

Vandaag, 4 november 2010, is in Amersfoort de Coalitie van start gegaan voor het Biodiversiteitsjaar 2010. Een samenwerkingsverband van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Ons antwoord op de vraag van de CBD (Convention on Biological Diversity, een VN-organisatie die zich inzet voor behoud van biodiversiteit) om invulling te geven aan dit biodiversiteitsjaar. Toch een moment om even bij stil te staan. Directeur generaal Anita Wouters van het ministerie van LNV zei het in niet mis te verstane woorden. Volgens deskundigen ligt het tempo van uitsterven van soorten toe wel duizend maal boven het natuurlijke niveau. Is dat erg? Voor de natuur niet, want in de 4,5 miljard jaar dat de Aarde bestaat zijn er wel vaker periodes geweest van massaal uitsterven. Ik heb het even nagekeken. Aan het eind van het Palaeozoïcum, zo’n 250 miljoen jaar geleden, stierf 98% van alle soorten op land en in de zee uit. Toch is het leven doorgegaan. Sterker nog: het leek zich na elk uitsterven weer sneller te ontwikkelen.

Kortom, massaal uitsterven is voor de natuur geen enkel probleem. De natuur komt vanzelf met wat nieuws, al duurt het soms een paar miljoen jaar.

Het verdwijnen van biodiversiteit is vooral een probleem voor de mens. En voor de menselijke beschaving. Omdat biodiversiteit onmisbare functies vervult in de systemen op deze Aarde. Systemen waar wij mensen deel van uitmaken. Wij zijn immers ooit ontstaan als onderdeel van de natuur. En hoewel we dat soms lijken te vergeten, we kunnen niet zonder. Biodiversiteit is van levensbelang.

Het zit ‘m soms in de kleine dingen. De grootste voorraad genetische diversiteit bestaat uit organismen kleiner dan 1 mm. Micro-organismen die de basis vormen voor het bestaan op Aarde. Ze doen onze spijsvertering, en maken bodems waarop we landbouw kunnen bedrijven.

En met héél kleine dingen kun je soms ook al zelf een bijdrage leveren. Zoals: de winterworteltjes in je groententuintje nog maar even laten staan, omdat je hebt gezien dat een Koninginnepage precies daar haar eitjes legde. Ach, laat die rupsjes maar even uitkomen. Met een semi-natuurlijk gebiedje zoals onze groententuin zijn er meer dan voldoende predatoren om ze te belagen. En die wortels kunnen wel wachten…

Meer weten? Surf naar www.biodiversiteit.nl.

Ethisch beleggen volgens de vliegenzwam

november 1, 2009 door henkegroenewoud

Vliegenzwam

Opgewonden wenkte de vliegenzwam mij met zijn hoed. ‘Zeg, fotograaf. Heb jij een beetje verstand van beleggen?’

‘Ja,’ zei ik, door schade en schande wijsgeworden. ‘Mijn advies is: niet doen.’

‘Maar als ik nou toevallig een klein kapitaal heb. Dan kan ik dat het beste investeren, nietwaar?’ Hij schudde zijn hoed, en tussen de lamellen zakte een euro naar beneden. ‘Kwam zomaar aanrollen uit de zak van een wandelaar.’ Hij borg de euro weer zorgvuldig op en keek mij hoopvol aan. ‘Welnu, wat kun jij voor mij betekenen?’

Ik twijfelde tussen ‘opbergen in het mos’ en ‘verbrassen’. Beleggen bekoort mij niet meer zo, sinds de mij beloofde gouden bergen in de afgelopen jaren zijn geslonken tot gapende financiële gaten met een rottende stank van korte termijn winstbejag. Iemand heeft daar flinke bonussen aan verdiend, maar ik was het niet.

Er is één uitzondering: ethisch beleggen. Dat vind ik fantastisch. Natuurlijk is het ook daar even slikken als de koers daalt, maar de afgelopen jaren is relatief goed geboerd. Dat hebzucht geen leidend principe is, vind ik een pré. Ik deed dan ook de suggestie om de euro maatschappelijk verantwoord te beleggen.

‘Hmm…’ aarzelde de vliegenzwam. ‘Ik ben niet zo’n wereldverbeteraar. Wij schimmels zijn meer van het afbreken.’

Ik zakte ongelovig op mijn knieën. ‘Hoezo geen wereldverbeteraar? Waar het om gaat is dat jouw euro niet wordt gebruikt voor kinderarbeid, voor oorlog, voor uitbuiting van natuur en milieu.’

Hij trok zijn hymen op. ‘Wat boeit mij dat? Ik wil gewoon winst. Rente. Dividend. Kapitaalgroei.’

‘Stel je niet aan!’ riep ik uit. ‘Waar heb je dat voor nodig? Extra partijen hout om van te leven? Potten grond om je mycelium in op te bergen?’

Hij vouwde zijn lamellen ineen. ‘Een breedbeeld TV. Dat lijkt me nou mooi. Weet je wel hoe scherp dat beeld is? Ze zeggen dat je op een voetbalveld elk grassprietje kunt zien. Elk grassprietje! En als je kijkt naar een natuurfilm is het alsof je zelf tussen de paddenstoelen in het bos staat.’ Hij staarde dromerig voor zich uit. ‘Dit bos op breedbeeld TV. Dat zou toch mooi zijn…’

De glorieuze opkomst en ondergang van een stout plan

oktober 23, 2009 door henkegroenewoud
De tweede dag lukte het opstaan wonderwel

Het wakkerliggen hielp het opstaan wel...

Goedgemutst begon ik aan de herfstvakantie. Vrouw en dochter in Londen, heerlijk zwelgen in eenzaamheid. En met het stoute plan om de hele week vóór en na het werk het ochtendgloren en het avondgloren te fotograferen. Verkenningen hadden enkele kansrijke plekjes bij Gouda opgeleverd, halverwege huis en werk. Dat gaf de mogelijkheid om extreem vroeg met de auto te vertrekken, snel de zon te fotograferen en daarna met de trein de weg naar werk te vervolgen. En ’s middags hetzelfde in omgekeerde volgorde.

Een lichte tegenvaller was de forse slapeloosheid van de afgelopen twee weken. Geen goede uitgangspositie om een hele week vroeg op te staan. Gelukkig was de eerste ochtend er een van wegbrengen en uitzwaaien, dus het opstaan was geen probleem. Maar de flauwgrijze wolken die het zicht op de zonsopkomst belemmerden deden mij daarna zeer naar bed verlangen. Geen foto gemaakt, die dag.

De tweede dag lag ik ongepland wakker vanaf 04.00 uur. Wat kon een nacht zich voortslepen, zeg. En die dag daarna dan. Maar het hielp het opstaan wel, met een Zevenhuizer molen als resultaat. s Avonds helaas overwerken, dus wederom geen zonsondergang. Gapend reed ik naar huis met maar één gedachte: liggen!

De derde ochtend begon met serieuze twijfel. Hoofdoorzaak was de film die ik natuurlijk was blijven kijken tot na middernacht. Sukkel, sukkel sukkel! Was dat hele zonsgedoe overigens wel zo’n goed plan geweest? Had je niet beter je tijd kunnen besteden aan schilderen? Te laat opgestaan, en onderweg paniekerig en ongepland een plekje gezocht toen de hemel rood kleurde. Ondertussen maakte ik een calculatie van de kosten aan benzine, parkeergelden en uren slaaptekort, en het woord ‘obsessievelijk’ kwam in mij op. Capitulatie tegen het gezonde verstand dreigde.

En toen kwamen de donderdag en de vrijdag. Zelden heb ik de voorspellingen van Erwin Krol meer verwelkomd dan de afgelopen twee dagen. Met een brede grijns hoorde ik hem aan: regen, en mist. Naargeestig grijze luchten zouden de ochtenden en avonden verloren maken voor de zonnenfotografie. Overdag zou het heel aardig worden, maar achter je bureau heb je daar niet veel aan. De balans op vrijdagavond: een week van voortdurend slaapgebrek en te vroeg opstaan had tot nog toe geresulteerd in één matige zonsopkomst.

Morgen hoop ik op meer takkenweer. Dat je al bij het ontwaken klaterende druppels hoort, zodat je je nog eens heerlijk kan omdraaien. Eén keertje uitslapen. Om vervolgens ’s avonds vrouw en dochter weer in de armen te sluiten met een lichtelijk teleurgesteld: ‘Nee, van het fotograferen is deze week niet veel terecht gekomen…’

Beren in Nederland

oktober 18, 2009 door henkegroenewoud
'Wat een domoor! Dit is geen rups van een beer...'

'Wat een domoor! Dit is geen rups van een beer...'

De Nederlandse natuur zit vol beren. Die gedachte kwam vorige week op toen deze rups gewillig poseerde.

‘Jakkes  wat flauw,’ zult u zeggen. ‘Aandacht trekken met het woord beren, terwijl hij nachtvlinders bedoelt.’ U weet wel, grote beer, kleine beer, de nachtvlinders? Of misschien riep u wel lachend: ‘Wat een domoor! Dit is geen rups van een beer. Dit is een rups van een rietvink.’ U weet wel, de rietvink, ook een nachtvlinder met een rups net zo behaard als de beren? U heeft helemaal gelijk. Zo werken associaties nu eenmaal. Je ziet een rietvink, en je denkt aan beren.

De afgelopen jaren zijn talloze artikelen verschenen over grote zoogdieren die staan te trappelen om de Nederlandse grens over te steken of dat al hebben gedaan. Troepen wolven uit het Zwarte Woud. Lynxen vanuit de Ardennen – zitten ze nou al in Limburg of hoe zit dat? Edelherten, ja, die zijn al in Twente aangekomen. Laat dat eens op u inwerken. Zoogdieren die de grens oversteken en hier gaan rondlopen. Dat lijkt waarempel wel op Echte Natuur, zeg! Want Echte Natuur, dat is in de beleving van veel mensen een woeste wildheid vol grote zoogdieren. Meestal in de vorm van Afrikaanse savannen of Amerikaanse hooggebergten, maar het zou misschien ook Europees laagland kunnen zijn. Zeg maar de Oostvaardersplassen, maar dan wat grootser en dynamischer en zonder hekken.

Vanzelfsprekend gaan er onmiddellijk stemmen op om al die grote zoogdieren al bij de grens af te schieten. Ze vernielen onze tuintjes. Ze vreten onze oogst. Ze maken ons vee ziek. Ze staan niet mooi in de grille van onze auto’s. En de vleeseters, die zijn sowieso verdacht. Die jagen op onze schapen en kinderen. We zien, kortom, een heleboel beren in de Nederlandse natuur.

Maar wacht eens even… Als ons drukke landje spontaan wordt gekoloniseerd door grote zoogdieren. Die zomaar in de marges tussen steden en dorpen doorglippen. Dan moeten we ons beeld van de Nederlandse natuur misschien een beetje bijstellen. Dan zijn wij misschien wel te gast in een land bomvol natuur. Geen gek idee, want reeën en zwijnen zijn nu al succesnummers.

Denk eens aan kleine beestjes. Mieren, spinnen, vlinders. Ja, ook nachtvlinders en ‘beren’. Die beestjes verspreiden zich spontaan overal. Die trekken zich al helemaal niks aan van landsgrenzen. Die proberen gewoon overal te komen. En die laten al zien dat natuur overal is.

Hoe wonderlijk. Zo veel beren in de Nederlandse natuur. Beren op de weg die ons belemmeren om in Nederland Echte Natuur te zien. Beren als kleine nachtvlinders, die bewijzen dat overal natuur is. En beren die samen met wolven en lynxen, edelherten naar Nederland onderweg zijn. Ze zitten er, echt. Je hoeft ze alleen maar te zien.