november 5, 2009 door henkegroenewoud

- .. moest even denken aan deze Alkmaarse stadbewoners, midden in een jaren zestig wijk.
Vandaag was de Stadsvogelconferentie in Naturalis. In tegenstelling tot wat de naam deed vermoeden een conferentie van vooral mensen. Dat viel op het eerste gezicht wat tegen, totdat bleek dat met die mensen ook prima te praten viel.
Even voor alle duidelijkheid: Natuur in stedelijk gebied is enorm belangrijk. Ten eerste voor de natuur zelf, de biodiversiteit. Groene steden kunnen een belangrijke ecologische rol vervullen, als stapsteen of verbinding naar de gebieden buiten de stad. Zo heeft de gemeente Amersfoort samen met het Waterschap Vallei en Eem het gehele Valleikanaal tot een ecologische verbinding gemaakt. Dwars door de stad.
Daarnaast is stadsnatuur ook belangrijk voor de mensen. Vanwege, en nu even snel de bekende riedel: gezondheid – stressreductie – temperatuurverlaging – sociale contacten – welzijn – welvaart – teelt op groene daken én, vooral, waar het me nu om gaat, de mogelijkheid van natuurbeleving. Stadmensen die in contact komen met natuur. Zo blijf ik enthousiast over de stads-ijsvogels van de Hooglandsedijk in Amersfoort. Al jaren woont een paartje (of wisselen de paartjes zich af) in een oude afgesloten meander van de Eem, die door waterschap en gemeente is ingericht als moerasgebiedje. Waar je in andere delen van Nederland enorme protesten hoort tegen de aanleg van moerasgebieden vanwege muggenoverlast, zijn de bewoners van de Hooglandsedijk stinkend trots op hun buurt. Zodra je maar even met een camera verschijnt word je aangesproken: ‘Weet u dat hier een ijsvogel woont?’ Afgezien van de waarde die dat piepstukje natuur heeft als stapsteen, zit de ijsvogel daar als vertegenwoordiger van natuur in de harten van de buurtbewoners.
Drie jaar geleden heeft het Ministerie van LNV aan het toenmalige Natuurplanbureau gevraagd of ze de waarde van het stedelijk gebied voor de biodiversiteit in kaart konden brengen. Dat lukte nog niet. Te weinig gegevens. Maar vandaag presenteerde Robert Kwak de eerste stadsvogelbalans van Sovon en Vogelbescherming. Ik schrok van de resultaten. Waar ik had verwacht dat de stad een Mekka zou zijn voor rots- tuin- en struikbewoners zoals zwarte roodstaart, tortelduif en heggenmus, blijkt dat de meeste stadsvogels in aantal afnemen. En dat, terwijl je door de berichten van scholeksters, vossen, bevers en zelfs damherten in stedelijk gebied het idee had dat het bergopwaarts ging…
Verder maakte vooral Rob Fergus, verbonden aan de Amerikaanse Audubon Society, een blijvende indruk. Ontluisterend waren zijn kaartjes met de verwachte verstedelijking in de VS. Vergeleken daarbij is verstedelijking in Nederland kinderspel. Een biodiversiteits-ramp in wording. Ook had hij verhalen over de bedreigingen van stadsvogels in de VS (gezamenlijk op één staan glazen ramen en katten, samen goed voor 10% sterfte), de private initiatieven voor bescherming (geen overheidsregulering dus) en het succes van lokale acties met bewoners (b.v. eenvoudige foldertjes, makkelijk te kopiëren, keuzemenu om als speerpunt één of enkele soorten te kiezen). En als hart onder de riem de afsluitende beelden van vrijwel volledig met groen bedekte gebouwen in Japan en de VS. Met de mededeling dat op dergelijke gebouwen ook de steenarend kwam rusten!
Natuurlijk was er nog veel meer. Nico de Haan, die een gouden lepelaar kreeg. De gemeente Leiden, die de stadvogelprijs 2009 kreeg. De folders van de aanbieders van natuurbeschermingsproducten: mussenvide’s, insectenhotels, vleermuiskasten, noem maar op. Uitstekende lectuur, zo vlak voor de feestdagen. U moet weten, mijn mooiste cadeau van vorig jaar was een gierzwaluwnestkast. Ik zal de folders dus maar weer terloops op tafel leggen. En straks nog even lekker lezen voor het slapen gaan. In het boekje Stadsvogels, gesigneerd door Jip Louwe Kooijmans himself. Prachtige voorbeelden hoe je met kleine maatregelen natuur terug kunt brengen in de stad. Heerlijk!
Zie verder www.vogelbescherming.nl
Categorie: biodiversity, fotografie, nature, natuur, natuurfoto, photography, scholekster, stadsvogel, vogelbescherming
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
november 4, 2009 door henkegroenewoud

Ach, laat dit rupsje maar even uitkomen...
Vandaag, 4 november 2010, is in Amersfoort de Coalitie van start gegaan voor het Biodiversiteitsjaar 2010. Een samenwerkingsverband van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Ons antwoord op de vraag van de CBD (Convention on Biological Diversity, een VN-organisatie die zich inzet voor behoud van biodiversiteit) om invulling te geven aan dit biodiversiteitsjaar. Toch een moment om even bij stil te staan. Directeur generaal Anita Wouters van het ministerie van LNV zei het in niet mis te verstane woorden. Volgens deskundigen ligt het tempo van uitsterven van soorten toe wel duizend maal boven het natuurlijke niveau. Is dat erg? Voor de natuur niet, want in de 4,5 miljard jaar dat de Aarde bestaat zijn er wel vaker periodes geweest van massaal uitsterven. Ik heb het even nagekeken. Aan het eind van het Palaeozoïcum, zo’n 250 miljoen jaar geleden, stierf 98% van alle soorten op land en in de zee uit. Toch is het leven doorgegaan. Sterker nog: het leek zich na elk uitsterven weer sneller te ontwikkelen.
Kortom, massaal uitsterven is voor de natuur geen enkel probleem. De natuur komt vanzelf met wat nieuws, al duurt het soms een paar miljoen jaar.
Het verdwijnen van biodiversiteit is vooral een probleem voor de mens. En voor de menselijke beschaving. Omdat biodiversiteit onmisbare functies vervult in de systemen op deze Aarde. Systemen waar wij mensen deel van uitmaken. Wij zijn immers ooit ontstaan als onderdeel van de natuur. En hoewel we dat soms lijken te vergeten, we kunnen niet zonder. Biodiversiteit is van levensbelang.
Het zit ‘m soms in de kleine dingen. De grootste voorraad genetische diversiteit bestaat uit organismen kleiner dan 1 mm. Micro-organismen die de basis vormen voor het bestaan op Aarde. Ze doen onze spijsvertering, en maken bodems waarop we landbouw kunnen bedrijven.
En met héél kleine dingen kun je soms ook al zelf een bijdrage leveren. Zoals: de winterworteltjes in je groententuintje nog maar even laten staan, omdat je hebt gezien dat een Koninginnepage precies daar haar eitjes legde. Ach, laat die rupsjes maar even uitkomen. Met een semi-natuurlijk gebiedje zoals onze groententuin zijn er meer dan voldoende predatoren om ze te belagen. En die wortels kunnen wel wachten…
Meer weten? Surf naar www.biodiversiteit.nl.
Categorie: bacterien, biodiversiteit, biodiversity, biological, cbd, coalitie 2010, convention, diversity, fotografie, groententuin, micro-organismen, nature, natuur, natuurfoto, photography
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
november 1, 2009 door henkegroenewoud

Opgewonden wenkte de vliegenzwam mij met zijn hoed. ‘Zeg, fotograaf. Heb jij een beetje verstand van beleggen?’
‘Ja,’ zei ik, door schade en schande wijsgeworden. ‘Mijn advies is: niet doen.’
‘Maar als ik nou toevallig een klein kapitaal heb. Dan kan ik dat het beste investeren, nietwaar?’ Hij schudde zijn hoed, en tussen de lamellen zakte een euro naar beneden. ‘Kwam zomaar aanrollen uit de zak van een wandelaar.’ Hij borg de euro weer zorgvuldig op en keek mij hoopvol aan. ‘Welnu, wat kun jij voor mij betekenen?’
Ik twijfelde tussen ‘opbergen in het mos’ en ‘verbrassen’. Beleggen bekoort mij niet meer zo, sinds de mij beloofde gouden bergen in de afgelopen jaren zijn geslonken tot gapende financiële gaten met een rottende stank van korte termijn winstbejag. Iemand heeft daar flinke bonussen aan verdiend, maar ik was het niet.
Er is één uitzondering: ethisch beleggen. Dat vind ik fantastisch. Natuurlijk is het ook daar even slikken als de koers daalt, maar de afgelopen jaren is relatief goed geboerd. Dat hebzucht geen leidend principe is, vind ik een pré. Ik deed dan ook de suggestie om de euro maatschappelijk verantwoord te beleggen.
‘Hmm…’ aarzelde de vliegenzwam. ‘Ik ben niet zo’n wereldverbeteraar. Wij schimmels zijn meer van het afbreken.’
Ik zakte ongelovig op mijn knieën. ‘Hoezo geen wereldverbeteraar? Waar het om gaat is dat jouw euro niet wordt gebruikt voor kinderarbeid, voor oorlog, voor uitbuiting van natuur en milieu.’
Hij trok zijn hymen op. ‘Wat boeit mij dat? Ik wil gewoon winst. Rente. Dividend. Kapitaalgroei.’
‘Stel je niet aan!’ riep ik uit. ‘Waar heb je dat voor nodig? Extra partijen hout om van te leven? Potten grond om je mycelium in op te bergen?’
Hij vouwde zijn lamellen ineen. ‘Een breedbeeld TV. Dat lijkt me nou mooi. Weet je wel hoe scherp dat beeld is? Ze zeggen dat je op een voetbalveld elk grassprietje kunt zien. Elk grassprietje! En als je kijkt naar een natuurfilm is het alsof je zelf tussen de paddenstoelen in het bos staat.’ Hij staarde dromerig voor zich uit. ‘Dit bos op breedbeeld TV. Dat zou toch mooi zijn…’
Categorie: biodiversiteit, biodiversity, ethisch beleggen, fotografie, hymen, lamel, mycelium, nature, natuur, natuurfoto, paddenstoel, schimmels, vliegenzwam
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
oktober 23, 2009 door henkegroenewoud

Het wakkerliggen hielp het opstaan wel...
Goedgemutst begon ik aan de herfstvakantie. Vrouw en dochter in Londen, heerlijk zwelgen in eenzaamheid. En met het stoute plan om de hele week vóór en na het werk het ochtendgloren en het avondgloren te fotograferen. Verkenningen hadden enkele kansrijke plekjes bij Gouda opgeleverd, halverwege huis en werk. Dat gaf de mogelijkheid om extreem vroeg met de auto te vertrekken, snel de zon te fotograferen en daarna met de trein de weg naar werk te vervolgen. En ’s middags hetzelfde in omgekeerde volgorde.
Een lichte tegenvaller was de forse slapeloosheid van de afgelopen twee weken. Geen goede uitgangspositie om een hele week vroeg op te staan. Gelukkig was de eerste ochtend er een van wegbrengen en uitzwaaien, dus het opstaan was geen probleem. Maar de flauwgrijze wolken die het zicht op de zonsopkomst belemmerden deden mij daarna zeer naar bed verlangen. Geen foto gemaakt, die dag.
De tweede dag lag ik ongepland wakker vanaf 04.00 uur. Wat kon een nacht zich voortslepen, zeg. En die dag daarna dan. Maar het hielp het opstaan wel, met een Zevenhuizer molen als resultaat. s Avonds helaas overwerken, dus wederom geen zonsondergang. Gapend reed ik naar huis met maar één gedachte: liggen!
De derde ochtend begon met serieuze twijfel. Hoofdoorzaak was de film die ik natuurlijk was blijven kijken tot na middernacht. Sukkel, sukkel sukkel! Was dat hele zonsgedoe overigens wel zo’n goed plan geweest? Had je niet beter je tijd kunnen besteden aan schilderen? Te laat opgestaan, en onderweg paniekerig en ongepland een plekje gezocht toen de hemel rood kleurde. Ondertussen maakte ik een calculatie van de kosten aan benzine, parkeergelden en uren slaaptekort, en het woord ‘obsessievelijk’ kwam in mij op. Capitulatie tegen het gezonde verstand dreigde.
En toen kwamen de donderdag en de vrijdag. Zelden heb ik de voorspellingen van Erwin Krol meer verwelkomd dan de afgelopen twee dagen. Met een brede grijns hoorde ik hem aan: regen, en mist. Naargeestig grijze luchten zouden de ochtenden en avonden verloren maken voor de zonnenfotografie. Overdag zou het heel aardig worden, maar achter je bureau heb je daar niet veel aan. De balans op vrijdagavond: een week van voortdurend slaapgebrek en te vroeg opstaan had tot nog toe geresulteerd in één matige zonsopkomst.
Morgen hoop ik op meer takkenweer. Dat je al bij het ontwaken klaterende druppels hoort, zodat je je nog eens heerlijk kan omdraaien. Eén keertje uitslapen. Om vervolgens ’s avonds vrouw en dochter weer in de armen te sluiten met een lichtelijk teleurgesteld: ‘Nee, van het fotograferen is deze week niet veel terecht gekomen…’
Categorie: fotografie, molen, natuurfoto, photography, zonsondergang, zonsopkomst
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
oktober 18, 2009 door henkegroenewoud

'Wat een domoor! Dit is geen rups van een beer...'
De Nederlandse natuur zit vol beren. Die gedachte kwam vorige week op toen deze rups gewillig poseerde.
‘Jakkes wat flauw,’ zult u zeggen. ‘Aandacht trekken met het woord beren, terwijl hij nachtvlinders bedoelt.’ U weet wel, grote beer, kleine beer, de nachtvlinders? Of misschien riep u wel lachend: ‘Wat een domoor! Dit is geen rups van een beer. Dit is een rups van een rietvink.’ U weet wel, de rietvink, ook een nachtvlinder met een rups net zo behaard als de beren? U heeft helemaal gelijk. Zo werken associaties nu eenmaal. Je ziet een rietvink, en je denkt aan beren.
De afgelopen jaren zijn talloze artikelen verschenen over grote zoogdieren die staan te trappelen om de Nederlandse grens over te steken of dat al hebben gedaan. Troepen wolven uit het Zwarte Woud. Lynxen vanuit de Ardennen – zitten ze nou al in Limburg of hoe zit dat? Edelherten, ja, die zijn al in Twente aangekomen. Laat dat eens op u inwerken. Zoogdieren die de grens oversteken en hier gaan rondlopen. Dat lijkt waarempel wel op Echte Natuur, zeg! Want Echte Natuur, dat is in de beleving van veel mensen een woeste wildheid vol grote zoogdieren. Meestal in de vorm van Afrikaanse savannen of Amerikaanse hooggebergten, maar het zou misschien ook Europees laagland kunnen zijn. Zeg maar de Oostvaardersplassen, maar dan wat grootser en dynamischer en zonder hekken.
Vanzelfsprekend gaan er onmiddellijk stemmen op om al die grote zoogdieren al bij de grens af te schieten. Ze vernielen onze tuintjes. Ze vreten onze oogst. Ze maken ons vee ziek. Ze staan niet mooi in de grille van onze auto’s. En de vleeseters, die zijn sowieso verdacht. Die jagen op onze schapen en kinderen. We zien, kortom, een heleboel beren in de Nederlandse natuur.
Maar wacht eens even… Als ons drukke landje spontaan wordt gekoloniseerd door grote zoogdieren. Die zomaar in de marges tussen steden en dorpen doorglippen. Dan moeten we ons beeld van de Nederlandse natuur misschien een beetje bijstellen. Dan zijn wij misschien wel te gast in een land bomvol natuur. Geen gek idee, want reeën en zwijnen zijn nu al succesnummers.
Denk eens aan kleine beestjes. Mieren, spinnen, vlinders. Ja, ook nachtvlinders en ‘beren’. Die beestjes verspreiden zich spontaan overal. Die trekken zich al helemaal niks aan van landsgrenzen. Die proberen gewoon overal te komen. En die laten al zien dat natuur overal is.
Hoe wonderlijk. Zo veel beren in de Nederlandse natuur. Beren op de weg die ons belemmeren om in Nederland Echte Natuur te zien. Beren als kleine nachtvlinders, die bewijzen dat overal natuur is. En beren die samen met wolven en lynxen, edelherten naar Nederland onderweg zijn. Ze zitten er, echt. Je hoeft ze alleen maar te zien.
Categorie: beer, biodiversiteit, biodiversity, edelhert, fotografie, nature, natuur, natuurfoto, oostvaardersplassen, photography, ree, rietvink, rups, zoogdier, zwijn
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
oktober 7, 2009 door henkegroenewoud

Het dobberen slaagde wonderwel...
Gisteren gaf Matthijs Schouten een lezing. Nee, hij gaf een optreden. Een one-man show. Als u dit blog leest, dan kent u hem wellicht van het boek Spiegel van de Natuur, eerder uitgegeven als De Natuur als Beeld.
Ik zat stilletjes in een hoek. Dat is iets waar ik erg goed in ben, stilletjes in een hoek zitten. Ik doe dat dan ook vaak en graag. Met een glimlach om zijn lippen en twinkellichtjes in zijn ogen nam Matthijs het gehoor mee op een reis via de Himalaya langs de verschillende wereldgodsdiensten en hun beschrijving van de relatie mens – natuur. En passant werden nog enkele bijbelse verkenningen uitgevoerd. Zo ging God na Adam niet meteen aan de slag met Eva. Neen, eerst werden de dieren geschapen. Als hulp voor de mens. Het paradijs was volstrekt vegetarisch volgens Matthijs. Dat leidde hij af uit de eerste twee hoofdstukken van Genesis. Ik heb het even nagezocht: alleen zaadvormende gewassen en zaadragende bomen worden daar genoemd als voedsel. Mensen, en overigens ook dieren, werden pas vleeseters op het moment dat het verval in de wereld intrad. De eerste verwijzing naar vleeseten in de bijbel komt pas bij het verhaal van Noach.
Matthijs ging verder op een onderwerp dat ook in zijn boek staat. “De bijbel stelt niet – zoals vaak wordt aangenomen – dat God de natuur schiep ten behoeve van de mens.” De natuur zoals God of Jahweh of Allah heeft geschapen is goed, volmaakt zelfs, en ook bezield en daarmee min of meer goddelijk. Het idee van een natuur die een treetje lager staat dan de mens komt pas op ten tijde van Griekse en Romeinse filosofen, die de natuur indelen met de mens aan top. Onder invloed hiervan degradeert de natuur vanaf de Renaissance tot ’slechts’ een door God gegeven ruwe grondstof. En als later in de westerse cultuur ook het idee van de ziel, de bezieling aan kracht inboet, pas dan is de wereld verworden tot een stoffelijke wereld die naar willekeur benut en gebruikt mag worden.
Hoogtepunt van de show was een kleine peiling van de grondhoudingen in het publiek. Zo van: Wie voelt zich lekker bij het idee dat mensen de natuur mogen benutten en gebruiken? Of: Wie voelt zich lekker bij het idee dat mensen rentmeesters zijn van de natuur? En: Wie voelt zich lekker bij het idee dat mensen en natuur één zijn, onlosmakelijk verbonden in de heelheid van de schepping (met de connotatie dat mensen en dieren gelijkwaardig zijn en dat natuur een intrinsieke waarde heeft)? Nog geen honderd jaar geleden werd je voor gek verklaard als je de laatste gedachte aanhing, maar tegenwoordig is dat anders. De grondhouding is verschoven van ‘overheersen’ naar ‘een zijn met de natuur’, zoals ook in het aanwezige publiek keurig werd weerspiegeld. Ik vermoed dat hier enige invloed van prinses Irene is te zien, die een belangrijke rol heeft gespeeld in de maatschappelijke acceptatie van die afwijkende gedachten.
Matthijs sloot af met de vraag wat die verandering in grondhouding nu moest betekenen voor het natuurbeleid. Daar zat ik vanochtend thuis nog even over na te mijmeren. Ik liet mijn gedachten meanderen – wat wonderwel slaagde met de foto’s van de Limburgse Geul van vorige week nog in het achterhoofd. Zo dreef ik weg op de golfjes, in de ene bocht na de andere. Een soort gedachtendobberen. Op stroompjes zoals: Een andere grondhouding betekent nog niet dat deze houding zich ook uit in het handelen. Zaken als honger en voedselproductie spelen mee, maar ook machtsverhoudingen en zucht naar rijkdom. Of een ander stroompje: er zijn natuurlijk te veel mensen op aarde. Het ‘wees vruchtbaar, word talrijk en bevolk de aarde’ is waarschijnlijk één van de grootste vergissingen die onze schepper heeft gemaakt. Miljarden mensen zijn er nu, en die willen allemaal zo veel. Het is overigens verdraaid lastig om je als individu aan de plunderingen der moderne maatschappij te onttrekken. Je moet wel meedoen, anders plaats je jezelf (of erger: je kind) buiten de maatschappij. Klein beginnen dan maar. Op de fiets naar de biologische winkel voor ecologische müsli en dito afwasmiddel. Dat soort dingen. Een heilige zoals Damiaan ik nooit worden, maar mijn best kan ik wel doen.
Dat zullen vast niet de stroompjes zijn geweest waarop Matthijs dobberde. Met zijn vraag wat dit nu voor het natuurbeleid betekende zal hij ongetwijfeld hebben gedoeld op het realiseren van een ander soort natuur in Nederland. Geen ontzielde wetenschappelijk uitgedachte natuur, maar bezielde, mystieke, betekenisvolle natuur. Hij moet stiekem hebben gehoopt dat iemand een bruggetje zou leggen waarover hij het publiek kon leiden naar de ‘heilige wildernis’, zoals die onlangs in Drenthe is gerealiseerd.
Daarover een andere keer. Want behalve in stilletjes in een hoek zitten ben ik ook erg goed in gedachtendobberen. En ondertussen zijn we al ver weggedobberd, en wordt het tijd om weer even terug te peddelen naar de werkelijkheid.
Categorie: biodiversiteit, biodiversity, fotografie, nature, natuur, natuurfoto, photography
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
september 29, 2009 door henkegroenewoud

Een visioen met onuitstaanbaar optimistische soorten...
‘Laten we praten over liefde,’ zei de sprinkhaan.
Mijn camera zakte in de stoffige houtskool. ‘Wát?’ vroeg ik, enigszins ongerust over zijn intenties. ‘Liefde? Hoe kom je daar nu bij?’
‘De liefde voor het leven!’ Hij sprong op een verkoolde stronk en begon opgewonden op en neer te wippen. ‘De verbondenheid met al wat leeft. Met het licht, het leven, het universum!’
Ik lag op mijn buik in de Schoorlse duinen, in het onlangs verbrande deel, om foto’s te maken van de gevolgen van de bosbrand. Een kale, troosteloze wereld. Alles wat niet kon rennen of vliegen was reddeloos verloren geweest. Ik had de stoffelijke resten van rupsen gefotografeerd, die in het verzengende vuur ten onder waren gegaan. En slakkenhuizen, overal slakkenhuizen.
Mijn hart was opgesprongen toen ik in die troosteloosheid voor de ingang van een paar konijnenholen wit zand zag met verse sporen er in. Kennelijk hadden de konijnen diep onder de grond de vuurzee overleefd. Trillend van doodsangst, ongetwijfeld. Zouden ze gebrek aan zuurstof hebben gehad? Misschien waren ze wel weggerend om van een veilige afstand toe te kijken. Daarna had ik op de grond gelegen om verse, lichtgroene grassprieten te fotograferen die oprezen uit hun verbrande hulzen. Ik had mieren over zwarte boombasten gevolgd, en mij afgevraagd of ze erg in verwarring zouden zijn nu van hun wereld slechts een zwarte schaduw was overgebleven.
‘Het louteringsvuur geeft diepe inzichten,’ glimlachte de sprinkhaan. ‘Ik lees het in je gezicht.’ Hij greep een verkoolde grasspriet en knaagde er een stuk af. ‘Hmm. Well done. Ook een hapje?’
Ik weigerde beleefd. Kreeg een visioen: als de mensheid doorgaat met het vernietigen van natuur, resteert ons vast een toekomst met kale vlakten en enkele onuitstaanbaar optimistische soorten. Van die opportunisten met een volkomen misplaatst gevoel voor spiritualiteit.
Categorie: biodiversiteit, biodiversity, bosbrand, brand, duin, duinen, fotografie, nature, natuur, natuurfoto, photography, schoorl, spiritualiteit, sprinkhaan, verbondenheid
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie »
september 19, 2009 door henkegroenewoud

Misschien bedoelde hij deze rijstplanter...
Deze week zag ik er weer een. Verstopt in een tekst die ter beoordeling werd voorgelegd. ‘In tropische gebieden staan de mensen nu eenmaal dichter bij de natuur dan in de Westerse wereld…’ Onzin, heb ik er in vette letters bijgezet. Nog even, en we zijn weer terug bij het startpunt van de Verlichting, met de ideeën over edele wilden en goede wilden van Montaignes, Locke, Rousseau en kornuiten. Een romantisch idee, precies. Een droom om je in koude Hollandse winteravonden aan te warmen. Ergens op de wereld zijn nog mensen die goed leven, in harmonie met de natuur. Sterke geesten in sterke lichamen. Eerlijk en oprecht. Helaas, het is escapisme in optima forma.
Voordat je zo’n dicht bij de natuur staande tropenbewoner vindt moet je eerst door miljoenensteden als Calcutta, Lima, Lagos, Bangkok. Het zijn vast niet deze tropenbewoners die de schrijver in zijn hoofd had bij het schrijven. Meer dan vijftig procent van de wereldbevolking woont inmiddels in dit soort steden. Ook in de tropen. De doorsnee bewoner van Mexico Stad, Dubai of Johannesburg staat net zo ver van de natuur als de gemiddelde bewoner van Amsterdam. En ik vermoed dat de gemiddelde plattelandsbewoner van Irian Jaya of de Mato Grosso, als hij kon kiezen, de voorkeur zou geven aan een huis van baksteen voorzien van internet, kabel-TV, warm en koud stromend water, met een supermarkt en geneeskundige voorzieningen op de hoek. Dat liever dan een huis van bamboe en golfplaten, voorzien van petroleumlicht, van de gemiddelde sloppenwijkbewoner of landloze arbeider. Natuurlijk zou zo’n Nederlands huis moeten staan midden in het tropische regenwoud, maar die wens is niet anders dan hier. Ook Nederlanders wonen het liefst in een groene omgeving – met uitzondering van een groep die juist het wilde stadsleven prefereert natuurlijk.
Ach, zult u zeggen, misschien bedoelde de schrijver gewoon een doorsnee bewoner van het groene gebied, zoals de boer op de foto in Bali. Die leeft toch elke dag midden in de natuur?
Tja. Waar zal ik mijn antwoord beginnen… Bij de Tv-documentaires van avontuurlijke programmamakers (of erger: vroegere cultureel antropologen!) die vooral benadrukken hoe anders, bijzonder en apart deze mensen zijn? Bij de boeren van het Nederlandse Heikant die toch ook behoorlijk in de natuur wonen? Nee, laat ik vertellen van de Engelsman Victor Mason, die lang geleden op Bali is gaan wonen en daar als vogelgids kan vertellen over de veranderingen op het eiland. Een verhaal van bevolkingstoename, economische groei en intensivering van de landbouw. “Veel mensen klagen over de achteruitgang van de natuur op Bali. Ze hebben gelijk, want bijna al het tropisch regenwoud is verdwenen, en ook nu sterven hier nog planten- en diersoorten uit. Tegelijk is er in deze drukke omgeving toch nog veel moois. Kijk naar de vogels die er nog zijn, kijk naar het prachtige landschap. Geniet er van, en probeer ondertussen zo veel mogelijk van het mooie te behouden.”
Het lijkt precies op Nederland.
Categorie: bali, biodiversity, edele wilde, escapisme, fotografie, goede wilde, groen, harmonie, landloos, locke, mason, montaignes, nature, natuur, natuurfoto, photography, planten, rijst, romantiek, rousseau, sloppenwijk, stad, victor, wereldsteden
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
september 1, 2009 door henkegroenewoud

Verbaasd staar ik naar het gat in mijn leven. Waar ooit ideeën bestonden, gedachten en verhalen, resteert een zwart niets. Een pijnlijke rafelrand markeert een afgescheurd stuk geschiedenis. Er is een USB-stick verdwenen, misschien zelfs twee. Onhandig verloren? Geniepig gestolen? Geen idee.
Jaren werk is zoek. Van korte krabbels tot een archief met verhalen. Plannen en dromen. Het zweet breekt uit. Wat nog meer? Dat overzicht met financiën? Die laatste wachtwoorden? Dat voorraadje werk om in het weekeinde wat gedachten op een rijtje te zetten? Een lichte angst komt op. Mijn privégedachten zijn voor derden niet of nauwelijks interessant en ik beschouw mijzelf slechts in beperkte mate staatsgevaarlijk. Maar zij die leven van het uitslurpen van andermans levenkracht zullen elke privégedachte, elke krabbel uitpersen en proberen te gebruiken als moordwapen. Dat doe je namelijk met ambtenaren, die slacht je af als het even kan. Het pure kwaad bestaat, zo is mij ooit eens verteld. Het pure kwaad is destructief, wil kapotmaken, wil bloed proeven. Heel anders dan opbouwen, helpen, samenwerken, mooi maken.
Het is makkelijk om mijn eigendom terug te geven. Adres en telefoon staan er op. Zo hebben mijn ouders mij ook opgevoed, dat ik teruggeef wat niet van mij is. Maar de brievenbus blijft leeg, en de mailbox en het antwoordapparaat. Niet iedereen is eerlijk opgevoed. En ik ril in het koude besef dat diegene die dit stuk van mijn leven in handen heeft gekregen – dan wel heeft gestolen – bewust niet bereid is om dat terug te geven.
Ik loop langs een afgrond zonder hoop. Nachtmerries breken los in mijn hoofd. Spoken lachen mij uit in het gezicht. Ziehier, jouw verhalen onder andermans naam. Ziehier jouw lege rekeningen die in een oogwenk waren geplunderd. Ziehier de professionele serie-karaktermoordenaars die jouw gedachten hebben gebruikt voor hun kuiperijen en verdachtmakingen. Daar ga je, ontslagen, financieel gebroken, uit huis gezet, uitgejouwd, gehoond en gevierendeeld, berooid over straat zwervend, door een opgehitste menigte naar de brandstapel gesleurd.
Een klein stemmetje klinkt. Zouden ze niet de brief lezen waarmee je de verzekeringsmaatschappij meldt dat je per abuis te veel van hun geld heb ontvangen? Zouden ze niet weemoedig worden gestemd door jouw kinderverhalen, die je hebt geschreven om zonnetjes te laten schijnen? Zouden ze niet gewoon genieten van je natuurfoto’s? Zouden ze niet zien dat jij diep in je hart best een aardige jongen bent, hoewel natuurlijk niet vrij van zonden?
Ach, houd jezelf toch niet voor de gek! Deze maatschappij is volkomen ongeschikt voor wie zo naïef is te denken dat alles wel goed komt!
Categorie: aasgier, diefstal, gier, kinderverhalen, natuurfoto, stick, usb, verhaal, verhalen
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »
augustus 25, 2009 door henkegroenewoud

Als ware Zen meesters tekenden zij met hun bladeren patronen in het zand
Ik stond op de boot naar Schiermonnikoog – dochter Pip moest opgehaald van haar zomerkamp – en liet mij verrassen door de leegte van de Waddenzee. De hoeveelheid grijstinten was overweldigend. Mistgrijs, zandig grijs, schorrengrijs, zilvermeeuwgrijs, golfgrijs en zonnig glinstergrijs. In de verte voorbij Ameland (blauwgrijs) stonden twee boortorens. Mijn ogen klampten zich eraan vast, bijna dankbaar met dit houvast.
Horror vacui, al vanaf Aristoteles een begrip. Leegte die schreeuwt om opgevuld te worden. Alles en iedereen is bang van leegte. Een vacuüm vult zich met lucht, een lege plek op aarde wordt snel gekoloniseerd. Filosofen en psychologen hebben een belegde boterham dankzij de twijfel en onzekerheid van de mens die niet kan leven met de leegte van onopgeloste vragen. Ultieme leegte is de dood, die nabestaanden in vertwijfeling achterlaat op verschoeid land en het bewustzijn laat oplossen in het oneindige niets. Onacceptabel, zo’n toekomstbelofte.
Deze afschuw heeft zich diep in onze westerse geest en cultuur geworteld. Handig voor wie het dominante discours vormgeeft. Leegte als instrument voor framing, zogezegd. Het land in wat nu de Verenigde Staten is kon worden bezet en gestolen met het argument dat het land geen eigenaar had en leeg was. Natuur in Nederland was vóór 1900 nog woeste grond, onland, een leegte die moest worden ingenomen en gecultiveerd. Het IJsselmeer is dat nog steeds in het licht van de stadsuitbreidingen van Amsterdam en Almere. VVD-leider Bolkestein kwalificeerde het Groene Hart tijdens de discussies over ondertunneling van de HSL als ‘alleen maar gras’. Hij kon het weten, want hij was er geweest. Nationaal Landschap. Waardevol Cultuurlandschap. Geboortegrond en thuis van mensen en miljoenen planten en dieren, waarvan vele zeldzaam en kwetsbaar. Maar toch een leegte, die erop wachtte om gevuld te worden.
Grappig is dat in oosterse filosofieën leegte juist begeerlijk kan zijn, soms zelfs het hoogst bereikbare is. In het Boeddhisme vind je geen zelfhulpgroep om de leegte in jezelf te lijf te aan. Integendeel, jarenlange meditatie is vereist en oefening op mantra’s om de ultieme bevrijding te bewerkstelligen naar het hoogste niveau van bewustzijn: volstrekte leegte. Had Bolkestein zijn opmerking gemaakt op een Boeddhistisch congres; applaus en bewondering zouden zijn deel zijn geweest. Die Hollanders hadden het toch maar voor elkaar gekregen, een land vol leegte!
Eenmaal op Schier gaf het eiland zelf antwoord. Op het schrale strand stonden de eenzame pioniers. Als ware Zen meesters tekenden zij met hun bladeren patronen in het zand, wiegend in de wind. (Denk maar aan die miniatuur Zen-tuintjes die je bij de Xenos kunt kopen voor op de bureau, met van die kleine harkjes erbij.) Pure schoonheid, pure rust.
Zo is het natuurlijk. Leegte zit in het oog van de toeschouwer (of, bij sommigen, in het hoofd). En de waardering van die leegte net zo goed. De boortorens op de Waddenzee zullen weer verdwijnen als het gas op is. Dan rest voorlopig weer de leegte. En ondertussen was ik gewoon blij om mijn dochter na haar vakantieweek weer te zien.
Categorie: biodiversiteit, biodiversity, fotografie, leegte, nature, natuur, schier, schiermonnikoog, waddenzee, zee, zen
Geplaatst in Uncategorized | Leave a Comment »